close
  • woensdag 20 november
Rouw en verlies

Hoe dichters eenzame doden eren die verder niemand hebben

Hoe dichters eenzame doden eren die verder niemand hebben

O, als ik dood zal, dood zal zijn, kom dan en fluister, fluister iets liefs (J.H. Leopold)

Ook als je in je eentje sterft en er niemand is om de uitvaart te regelen of te bezoeken, verdien je een waardig afscheid met mooie woorden. In Amsterdam sterven per jaar gemiddeld vijftien mensen in volledige eenzaamheid. Voor hen schrijven dichters een persoonlijk gedicht en lezen dat voor op de begrafenis.

‘De eenzame uitvaart’ werd opgezet door de inmiddels overleden dichter F. Starink, naar een idee van de Groningse stadsdichter Bart FM Droog, die vond dat een eenzame dode niet stilletjes begraven mocht worden. Starink verzamelde in Amsterdam een groep dichters om zich heen, de ‘Poule des doods’ genaamd, die eenzame doden afwisselend met een gedicht eren. Ze lezen dat voor bij het graf of in de aula van het crematorium. De speciaal geschreven dichtregels van de dichters van dienst dragen bij aan een waardig afscheid van mensen die afgesloten raakten van de maatschappij. ‘Omdat ieder mens de moeite waard is om over na te denken.’ Dichters als Bart Chabot (Den Haag) en Judith Herzberg (Amsterdam) maken deel uit van de Poule des doods.

De dode in woorden te ruste leggen

De dichters doen hun werk bijzonder toegewijd. Zodra ze via de gemeente het bericht krijgen dat er iemand overleden is, leggen ze alles aan de kant. Met het beetje informatie dat ze hebben gaan ze aan de slag en hebben een dag of vijf de tijd ‘om de dode in woorden te ruste te leggen’. Makkelijk is dat niet. Zo moest dichteres Neeltje Maria Min een keer een baby begraven die in een plastic zak te water was gelaten. Maria Barnas schreef een gedicht voor een man die uit China kwam en uit het raam van zijn huis was gesprongen. Heeft het zin om een gedicht voor te dragen aan iemand die het niet meer kan horen? Dichteres Esther Naomi Perquin vindt van wel en noemde het “zichtbaar maken wat ontbreekt”. Namelijk de genadeloosheid van de eenzaamheid en het belang van bij elkaar betrokken zijn. Want die eenzaamheid is een groot probleem in onze maatschappij.

Zomaar een treurig verhaal

In de Volkskrant stond kortgeleden een artikel, geschreven door Joris van Casteren, de nieuwe coördinator van Stichting De eenzame uitvaart. Hij schreef over de 65-jarige meneer R, afkomstig uit Montenegro, die drie weken dood op de bank had gezeten, ergens in Amsterdam-Zuidoost. Joris regelde muziek voor de uitvaart en vroeg dichteres Eva Gerlach een gedicht te schrijven. De doodsoorzaak bleek ondervoeding. R. had longkanker en was uitbehandeld. Voorheen maakte hij lange fietstochten, maar dat lukte niet meer. De huisarts regelde dat er regelmatig iemand van de thuiszorg bij hem langs kwam. De thuiszorgmedewerkster vond het een vriendelijke man en bouwde een band met hem op. Ze kocht een scheerapparaat voor hem en af en toe liet ze op zijn verzoek een pizza bij hem bezorgen.

Maar hij werd steeds zieker en dunner. In juli ging ze met vakantie en een collega zou de bezoekjes overnemen. Die werd echter niet door R. binnengelaten. Toen de vaste medewerkster weer terug was van vakantie ging ze nog een keer bij hem langs, maar ook nu deed hij niet open. Eind augustus forceerde de politie uiteindelijk de deur en die trof R. dood aan op de bank. Familie bleek er niet te zijn of niet te vinden. De buurvrouw zei over hem dat het een aardige man was, met Sint-Maarten kocht hij altijd snoep voor haar kinderen. Toen R. gevonden werd, was zij met haar kinderen in Suriname. Zomaar een treurig verhaal, over iemand die geen sociale contacten had en eenzaam stierf. Dat het geen incident is bewijst het feit dat de Stichting Eenzame uitvaarten al een paar honderd uitvaarten begeleidde.

Toegift

Natuurlijk haal je liever iemand uit het water
die nog te redden is. Maar stel dat hij nog leefde
wat hadden we dan voor hem kunnen doen. Hem vragen
waar zijn wanhoop op berustte, hem zijn geliefde
weer terugbezorgen, of zijn werk, of zelfvertrouwen?

Nu kunnen we een heel klein beetje rouwen
niet eens om hem, omdat we hem niet kennen,
maar uit een vaag gevoel van menselijk fatsoen.

De bijna-liefde, bijna aandacht die hij straks nog
meekrijgt in zijn kist, was misschien nèt dat
kleine beetje dat hem gered had, had kunnen redden,
dat hij, bij leven, heeft gemist.

Judith Herzberg

Niet alleen in Amsterdam begeleiden dichters eenzame uitvaarten. Ook andere steden in Nederland en België hebben het idee overgenomen. In Groningen is het nog steeds een taak van de stadsdichter, die iedere twee jaar opnieuw wordt gekozen. Op dit moment is dat Renéé Luth.

 

Geschreven door: Boukje Wiersma

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Volg ons via Facebook