close
  • dinsdag 19 januari
Algemeen

Rinnie kan haar ogen niet van Jelle afhouden

Rinnie kan haar ogen niet van Jelle afhouden

Rinnie (78) schrijft regelmatig over haar belevenissen en vandaag over haar ontmoeting met een bijzonder mens, kunstenaar Jelle Schotanus. 

BLOG – Vandaag ontmoet ik Jelle Schotanus in Beetsterzwaag. Ik struikel bijna over een kleine hond, die me luid blaffend verwelkomt, maar even later lekker rustig aan mijn voeten ligt te slapen. Het oude bureau uit de kringloop, waaraan Jelle sinds kort zijn verhalen schrijft, geheel fonetisch -‘want ik was nooit zo’n leerder’- doet vandaag dienst als tafel. Twee volle mokken met koffie zet hij klaar als warm welkom, waarin na een vragende blik nog een flinke scheut berenburg komt, omdat Jelle eigenlijk niet zo van koffie houdt. Mijn blik wil alle kanten wel op vliegen in deze gezellige kamer, die tegelijk dienst doet als atelier, galerie en bovenal als verzamelplaats voor allerlei eigenaardigheden. Er is geen plekje onbenut gelaten, zowel in de kasten, als aan de wanden en op de vloer.

Peniskoker

Terwijl ik luister naar zijn sprankelende verhalen over verre reizen die hij cultuurreizen noemt, kan ik ook mijn ogen niet afhouden van zijn imponerende verschijning. Vanonder de grote pet krullen zijn lange haren over zijn schouders. In zijn linkeroor draagt hij een stuk van een peniskoker. De originele koker, die hij meenam van zijn reis naar Papoea Nieuw-Guinea,  mag ik even vasthouden, om de hardheid van het materiaal te kunnen voelen. Hij is gemaakt van de steel van een kalebas, die tijdens de groei in dat verre land in de bedoelde vorm wordt gewrongen. De mannen gebruiken de peniskoker daar als statussymbool. Hoe groter, hoe imposanter. Zo ook Jelle, die het gat in zijn oorlel steeds groter maakt, door steeds een breder deel van de koker af te zagen en te gebruiken. Toen er eens op een reis iets mis ging ’s nachts en er geen vervangend stukje koker was, heeft Jelle een glazen zoutvaatje uit het hotel in zijn oor gestoken, omdat het gat anders snel dicht zou groeien.

Geheim

Om zijn hals draagt de schilder en schrijver een aantal vreemde kettingen. Er hangen veertjes aan, tanden van dieren, schelpen en kralen. Een rond leren amulet hangt daar ook bij. Deze is van de kringloop, vertelt hij, maar de echte amulet uit Papoea Nieuw Guinea hangt verderop aan een spijker aan de muur. ” Daar ben ik zuinig op, want die brengt mij geluk.” Als ik vraag wat daar dan in zit, twijfelt hij even. “Dat laat ik  bijna  nooit aan iemand zien, maar voor jou doe ik hem open.” Even later liggen er meerdere kleine voorwerpen op het bureaublad. Hij wil alleen iets kwijt over de zilveren rijksdaalder, maar verder blijft het geheim.  

Kleur

Zijn extravagante kleding koopt hij meestal bij de kringloop. “Ik scharrel dan wat tussen die rekken tot ik iets zie wat ik mooi vind. Thuis even wassen en strijken en dan maak ik er mooie combinaties van.”  Toen ik Jelle voor het eerst ontmoette, in een galerie, waar we samen exposeerden, viel hij al op door zijn extravagante kleding. Daar verscheen hij in een rode broek en een lange kleurrijk gestreepte jas en heel opvallend, een zeer grote, artistieke pet. In tegenstelling tot zijn kleding, zie ik in zijn schilderijen weinig kleur. Het is een mengeling van  grijzen, wit en blauwen. “Ik schilder donker,” legt hij uit. “Vroeger ging ik, na mijn werk bij Philips in Drachten, in de donkere uurtjes vaak stropen. Een paar ‘smytlyntsjes’ uitzetten.” De herinnering aan die donkere momenten, waarin hij paling stroopte, komen vaak terug in Jelles schilderijen, die steeds meer bekendheid krijgen. Ze hangen nu ook al in museum Belvédère. Af en toe voegt hij de laatste tijd ook wat kleur toe. Zijn veel gebruikte kwasten staan naast de schildersezel op de werktafel in potten met terpentine. Daarnaast vind je daar een grote verzameling verf in tubes en potten. Vlak voor de ramen heeft Jelle zijn werkplek, mooi in het licht. 

Wiet

Uit zijn wijde broekzak komt een pakje shag tevoorschijn. “Vandaag draai ik mijn laatste sigaret. Ik moet stoppen, want ik heb een vlekje op de longen. Daarna moet ik dus over op de wiet.” Deze wiet verbouwt Jelle zelf in zijn achtertuin. Hij haalt een grote plastic bak uit een kastje en laat me ruiken aan de licht groene gedroogde knopjes van de plant. Best lekker zoet. Hij draait nog een tweede shagje, met wat gedroogde wiet er in en schuift het in mijn richting. “Voorzichtig hoor. Thuis maar even proberen. Begin maar met twee trekjes.”  Zelf gebruikt hij de wiet regelmatig, want …”elke dag een joint en je gaat alles mooier zien.” En in een adem verder roept hij: “Nu heb ik helemaal die appeltaart vergeten, die ik vanmorgen voor je heb gebakken.” 

Op weg naar huis besef ik, dat ik een heel bijzonder mens heb ontmoet. 

Geschreven door: Rinnie Nauta

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Volg ons via Facebook